Copyright © KHSV Dobbertje Onder Sint Michielsgestel

We moeten ons goed realiseren dat de hengel het werk moet doen, en het voor de visser geen krachttoer mag zijn. Vissen we met een te lichte korf dan zullen we meer kracht nodig hebben om ons doel te bereiken als met een zwaardere korf. We vissen te licht als u de visplek bereikt door middel van een zorro effect. Het zorro effect is het zwiepen van de hengel als men ingooit. Neem een zwaardere korf en het gaat veel soepeler. Maak eerst eens een paar worpen zonder voer en zonder haaklijn. De eenvoudigste worp is de overhead worp.

Een tweehandige overhead worp gaat als volgt: We draaien de beaasde hengel in tot ongeveer 10 cm boven de knoop van de eerste lus. De rechterhand omklemt de molenvoet, de beugel van de molen staat open En de top van de wijs- of middelvinger (net wat je lekker vindt) houdt de lijn klemvast tegen de molenrand. Je kan de lijn ook met de wijsvinger haken (gaat goed omdat de lijn door het gewicht van de korf en voer strak gehouden wordt). De linkerhand houdt de handgreep op z`n laagste punt vast. De hengel houden we schuin omhoog en naar voren. De korf en de haaklijn hangen vrij. Kloksgewijs gezien brengen we hengel van de 2 uur stand rustig naar achteren naar de 10 uur stand.

De voerkorf pendelt nu langs ons heen naar achteren. Nu moeten we de voorwaartse beweging gaan inzetten. Kijk vooral niet achterom, dit zal de zuiverheid van de worp sterk beïnvloeden. De beide armen behoren op dit punt bijna geheel gestekt te zijn. Dit is nodig om ze als hefboom te laten fungeren. Van de 10 uurs positie brengen we de hengel weer rustig naar de 2 uurs stand.

 

 

 

 

 

De rechterhand duwt hierbij tegen de hengel en de linkerhand trekt op het zelfde moment de greep naar achteren (de hefboom werking). Tussen 1 en 2 uur laten we vervolgens een versnelling plaatsvinden, Zodat de korf vaart krijgt en .....mits we de lijn op tijd loslaten als een speer op ons doel afvliegt. Dit is het moment dat de veerkracht van de hengel zijn werk moet doen. Remmen we de lijn niet af dan zal de korf steeds op een andere plek in het water belanden.

We kunnen de lijn afremmen d.m.v. een lijnclip op de molenspoel . Hoe werkt dat: We werpen een keer in (een afstand die ook met een volle korf en met wint zonder probleem te bereiken is). Na de worp zetten we de lijn op de lijnclip nu draaien we in. Bij de volgende worp kan de lijn niet verder van de spoel aflopen dan tot aan de lijnclip. Hiermee bereiken we dat we niet voorbij de voerplek kunnen gooien, en dat de lijn gestrekt in het water terecht komt.

Als de lijn gestrekt in het water terecht komt zal deze makkelijker door de water lagen gaan dan een slappe lijn. Gooi niet te hard anders kan er lijn breuk ontstaan (clip geeft niet mee)! Nu nog even de lijn over de lengte onder water brengen. Dit doen we zo: Ten eerste ga ik ervan uit dat de lijn ontvet is (spoel de avond voor het vissen in een kom met water waarin een druppeltje afwas is opgelost). Zodra de feeder het water raakt sluiten we de molenbeugel en plaatsen we de feeder in de steun. Zolang de voerkorf naar de bodem zakt zal de top zich sterk naar het water buigen.

Zodra de voerkorf de boden raakt ontspant de top zich. Nu duwen we de hengeltop in het water en geven een korte snelle opwaartse beweging. We kunnen ook met de top onder water de lijn een slag binnenhalen (kans bestaat dat we de korf verplaatsen). De lijn zal nu onder water verdwijnen. Dit is aan te bevelen omdat anders de wint vrij spel met de lijn (top blijft heen en weer gaan) heeft en u geen beet meer kunt onderscheiden.

Hieronder drie mogelijke Feederonderlijnen:

Werpen met een feederhengel